Impostor Syndrome

with No Comments

Wat is het?

Het gevoel een bedrieger of oplichter te zijn, vrij letterlijk genomen. In het Nederlands heet dan ook “oplichterssyndroom”. Mensen die hier last van hebben, bagatelliseren hun vaardigheden, resultaten en kundigheid naar zichzelf en anderen toe. Ze hebben het idee dat zij hard moeten voor dingen die anderen makkelijk afgaan. Natuurlijk onderschat iedereen zichzelf wel eens, maar van impostor syndrome spreken we pas als iemand dit blijft geloven, ondanks bewezen prestaties en lof van betrouwbare bronnen. Diep van binnen ‘weten’ ze namelijk dat hun succes alleen maar lag aan externe factoren zoals toeval of goodwill van anderen. Daarnaast is impostor syndrome een stelselmatige reactie van zelfonderschatting, terwijl dit in normale situaties slechts incidenteel voorkomt. Impostor syndrome is daarmee een stelselmatige reactie die aangeleerd en afgeleerd kan worden, en niet pathologisch.

Wie heeft er last van?

Uit studies blijkt dat ongeveer 70% van de populatie zichzelf wel eens een oplichter heeft gevoeld; daar komt echter niet uit naar voren hoe veel van deze mensen op een bepaald moment in hun leven ook echt aan impostor syndrome heeft geleden. Wel schijnt 40% van de onderzochte succesvolle vrouwen in een onderzoek van P.Clance en S.Imes te lijden aan impostor syndrome. Aan de andere kant is er nooit een meta-analyse gedaan. Verder zijn de laatste grote onderzoeken hiernaar gedaan eind jaren 80. De onderzoeken die tot nu toe zijn uitgevoerd, waren veelal met een kleine onderzoekspopulatie die niet noodzakelijkerwijs representatief was voor een doorsnede van de bevolking.

Daarnaast zijn mensen die veel succes hebben behaald extra gevoelig voor deze reactie. Dit kan succes op ieder gebied zijn: financieel, romantisch, sociaal, carrièrematig…

Ook mensen uit minderheidsgroepen hebben hier vaker last van, omdat zij zich regelmatig afvragen of ze een streepje voor krijgen om hun achtergrond of omwille van hun capaciteiten.

Welke events triggeren dit?

Plotselinge positieve veranderingen in het leven in de breedste zin van het woord: zelfs het winnen van een loterij kan al aanleiding zijn tot het voelen van impostor syndrome. Het is niet een geleidelijk opkomend fenomeen; plotseling voelen mensen zich als een oplichter. Vaak gebeurt dit bovendien tijdens momenten van succes en/of relatieve stress, zoals tijdens het geven van een speech voor een groot publiek of het in ontvangst nemen van een eredoctoraat.

Wat kun je doen om dit te voorkomen of te verminderen?

Ten eerste zijn feiten je beste vriend. Hoe ben jij gekomen waar je nu bent? Welke verantwoordelijkheden heb jij allemaal in je leven en hoe kom je die na? Wat voor feedback krijg je van je omgeving en welke kansen krijg je? Wat voor vaardigheden heb je en hoe gewild ben je bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt? Dit zijn vragen waarop je vrij objectieve en feitelijke antwoorden kan geven. Probeer hierin zo eerlijk mogelijk te zijn tegen jezelf. Je zult waarschijnlijk voor jezelf moeten toegeven dat in ieder geval een deel van jouw succes echt door jezelf is gerealiseerd.

Praat over je onzekerheden met mensen die je vertrouwt, en die je zelf respecteert om hun inzichten en capaciteiten. Waarschijnlijk is het oordeel van die persoon over jou veel positiever dan het oordeel dat je over jezelf hebt. Omdat je de persoon goed kent en diens mening respecteert, is het dan ook moeilijker voor je om de positieve feedback die je krijgt naast je neer te leggen.

Hou een dagboek bij. Meestal heb je een druk leven als je succesvol bent, maar het is tóch erg belangrijk om te doen als je last hebt van impostor syndrome. Kijk regelmatig terug in dit dagboek en zie de groeiende lijst van behaalde resultaten. Je kunt niet om de feiten heen: ook al voelt het alsof je dingen doet die boven je pet gaan, je hebt toch al deze dingen succesvol afgerond.

Kijk om je heen naar je peers: je collega’s, studiegenoten en vrienden die op hetzelfde punt in hun leven zijn als jij. Hoe doen zij het? Steek jij dan echt slecht af tegen de rest? Je bent niet voor niets aangenomen voor je baan, toegelaten tot je studie of anderszins gekomen waar je nu mee bezig bent. In ieder geval degenen die jou hier hebben toegelaten, geloven dat jij minstens net zo capabel bent als je peers.

 


Leave a Reply